755 De 10 principes van macht toegepast op gezonde voeding
De derde en laatste casus om de 10 principes van de macht te illustreren. Ik vind het niet de sterkste casus van de drie omdat gezonde voeding (met name het verminderen van de vlees-consumptie) een serieuze bijdrage kan leveren aan het milieu én aan de gezondheid en levenslengte (inclusief kosten voor de zorg, meer mensen kunnen voeden wereldwijd etc etc). Dit lijkt bij uitstek de casus om niet de draak mee te steken (want mijn 10 principes én cases zijn ook met een knipoog bedoeld). Toch komen er in deze casus aspecten naar voren waar we het niet vaak over hebben, de belachelijke en wat sneue kanten van de zaak, dingen die ook genoemd mogen worden voor de nuance en relativering. Ook hier gaat het weer over de verdeling van lusten en lasten, over morele superioriteit van de ‘kletsende klasse’ (waar ik zelf ook toe behoor, laat dat duidelijk zijn) wat inmiddels mijn stokpaardje begint te worden. Eerder schreef in deze vakantie al dat het eten van vlees (het ontbreken van vegetarische of veganistische alternatieven) hier in Spanje en Frankrijk nog steeds de norm is. Zelfs bij universele supermarkten als Lidl is hier itt in Nederland geen aanbod van vleesvervangers te vinden (behalve de groentes en peulen zelf haha, maar je snapt wat ik bedoel).
Daarom was ons bezoek aan een van de oudste vegetarische restaurants die nog actief zijn van Spanje (zelfs in Europa wellicht!) in Pomplona een verademing. Geen opgefokt gedoe over de gerechten en hoe bijzonder ze zijn, maar bescheiden prachtige gerechten met liefde bereid en smakelijk voor een zeer lage prijs. Ik wil nog eens een aparte blog over dit bijzondere restaurant en de geschiedenis daarvan schrijven. Gestart in 1956 en vanaf 1979 in de sfeer van de tijdsgeest overgegaan naar uitsluitend vegetarisch eten en vanaf 2003 gerund door de huidige uitbaters en koppel. De kok zegt het niet zo bijzonder te vinden, het gaat om lekker en gezond eten en maakt er verder weinig woorden aan vuil, aldus een van de weinige interviews die ik met hem kon vinden. Een lokale gast uit een horeca-familie die tot de tijd dat hij het restaurant overname zelf regelmatig hier kwam eten en zo blijkbaar op enig moment de gelegenheid kreeg de zaak over te nemen en voort te zetten in de traditie. Kijk, that’s the spirit! Persoonlijk vind ik met name dát aspect van het eten de doorslag geven: met aandacht en liefde en eenvoudige ingredienten gemaakt, dat proef je, daar kan ik van genieten. Ik kan zo weer een link leggen met audio, kleine versterkertjes en kleinschalig (maar groots) vakmanschap bijvoorbeeld van vriend/kennis Theo. Maar daarover weer een andere keer.
En dat allemaal ter relativering van de casus. Het storende aan gezond eten is dat we door de industrie op ongezond eten zijn gezet (goedkoop, kilo-knallers) en dat we met name in de kletsende klasse vooral zittend werk zijn gaan doen, waardoor diezelfde industrie weer een gat in de markt ziet om ons meer te laten bewegen (sportschool, abo’s) en gezonder te laten eten (rare labels, veel pretenties, prijzig als het even kan, moreel superieur).
Het gezondheidsindustrieel complex ontleed met 10 principes
De extractieketen in één zin
Een voedingswetenschapper publiceert een studie. Een influencer maakt er content van. Een merk lanceert een product. Een app gamificeert het gedrag. Een sportschoolketen opent een vestiging in de rijke wijk. Een hoogopgeleide professional optimaliseert zijn lichaam. Een laagopgeleide vleesverwerker eet wat hij kan betalen. Iedereen handelt rationeel. De structuur produceert gezondheid als klasseprivilege — met een verhaal van persoonlijke verantwoordelijkheid als façade.
Principe 1: Symmetrie
De standaardvraag: draai de rollen om. De hoogopgeleide die veganistisch eet, aan krachttraining doet en zijn slaap optimaliseert via een Oura Ring krijgt maatschappelijke bewondering. Hij leeft bewust. Hij investeert in zichzelf. De laagopgeleide die vlees eet, niet sport en te dik is krijgt een moreel oordeel. Hij maakt slechte keuzes. Hij kost de samenleving geld. Draai de rollen om: wie heeft toegang tot verse groenten in zijn wijk? Wie heeft tijd om te sporten na twee diensten? Wie heeft geld voor een personal trainer, een Whoop-bandje en biologisch eten? Wie heeft de cognitieve ruimte om voedingslabels te lezen als hij niet weet of hij volgende maand de huur kan betalen? Symmetrie legt bloot dat de morele categorie — bewust vs onbewust, gezond vs ongezond — een klassecategorie is die zich vermomt als persoonlijke keuze.
Principe 2: Perspectief bepaalt moraal
Vanuit de gezondheidsindustrie: wij bieden mensen de tools om beter te leven. De kennis is beschikbaar. De keuze is aan jou. Vanuit de rijke professional: ik investeer in mijn gezondheid omdat ik de waarde ervan inzie. Iedereen kan dat. Vanuit de arme vleesverwerker: ik eet wat ik kan betalen, wat in mijn wijk verkrijgbaar is, wat ik gewend ben, wat snel klaar is na een lange dag. Vanuit de voedingsindustrie: wij produceren wat mensen kopen. Vraag stuurt aanbod. Vanuit de zorgverzekeraar: ongezond gedrag verhoogt de premies voor iedereen. Iedereen redeneert vanuit zijn positie. Het perspectief van de rijke professional wordt maatschappelijk als norm gesteld. Het perspectief van de arme vleesverwerker wordt als afwijking behandeld.
Principe 3: Macht verhult zichzelf — en besmeurt wie dat benoemt
Het verhaal: gezondheid is een keuze. Kennis is gratis. Bewegen kost niets. Groenten zijn goedkoop. Iedereen kan gezond leven als hij het wil. De structuur eronder: de gezondheidsindustrie — supplementen, sportscholen, apps, coaches, biologisch voedsel, wellness — is een markt van honderden miljarden die primair toegankelijk is voor mensen met geld, tijd en cognitieve ruimte. Die markt heeft er belang bij dat gezondheid als individuele verantwoordelijkheid wordt geframed. Zodra het een structureel probleem wordt — ongelijke toegang, voedselomgeving, werkomstandigheden — wordt het een politiek probleem dat regulering vraagt. Dat is slecht voor de marge. Wie de klassestructuur benoemt wordt weggezet als iemand die mensen hun eigen verantwoordelijkheid ontneemt, of als iemand die vlees verdedigt uit politieke dwarsigheid. De verfbom werkt ook hier — alleen heet hij paternalisme of populisme.
Principe 4: Systemen maken gedrag normaal
De voedingsfabrikant optimaliseert zijn product voor smaak, prijs en houdbaarheid — niet voor gezondheid. Dat is wat de markt beloont. De supermarkt in de arme wijk heeft minder vers aanbod omdat de marge op vers lager is en de derving hoger. Dat is rationeel. De werkgever biedt geen sportfaciliteiten omdat hij niet verplicht is dat te doen. De verzekeraar differentieert niet genoeg op leefstijl om gedrag te sturen. De gemeente investeert minder in parken en sportvoorzieningen in arme wijken omdat de politieke druk daar lager is. Iedereen handelt rationeel. Het systeem produceert een voedselomgeving en leefomgeving die ongezond gedrag voor arme mensen normaal en bijna onvermijdelijk maakt — en gezond gedrag voor rijke mensen vanzelfsprekend.
Principe 5: Vrijheid vereist reële alternatieven
De professional met een goed salaris, flexibele werktijden en een supermarkt met uitgebreid biologisch aanbod op loopafstand heeft reële alternatieven. Hij kiest bewust. De vleesverwerker met twee banen, kinderen, een wijk zonder sportschool, een budget van vijf euro per persoon per dag voor eten en een lichaam dat na tien uur werken geen zin heeft in een uur hardlopen heeft geen reële alternatieven. Hij overleeft. Persoonlijke verantwoordelijkheid zonder reële alternatieven is een moreel oordeel dat de structuur verhult.
Principe 6: Afstand vermindert schuld
De gezondheidsindustrie ziet zijn klant niet als systeem maar als individu. De app ziet gedrag, geen context. De personal trainer ziet motivatie, geen werkomstandigheden. De influencer ziet engagement, geen inkomen van zijn volgers. De politicus die campagne voert op gezond Nederland ziet statistieken, geen de kassamedewerker die zijn pauze gebruikt om snel een broodje kroket te eten omdat dat het enige is wat hij zich kan veroorloven en wat dicht genoeg bij zijn werkplek ligt. Afstand — via data, via klasse, via de abstractie van individuele keuze — maakt de structurele ongelijkheid onzichtbaar voor degenen die het systeem bouwen en ervan profiteren.
Principe 7: Slachtofferschap is geen morele vaccinatie
Dit principe werkt hier in een verrassende richting. De hoogopgeleide die bewust eet en sport positioneert zichzelf soms als slachtoffer van een systeem dat hem omringt met ongezond aanbod — en als held die daar weerstand aan biedt. Die positie legitimeert een moreel superioriteitsgevoel tegenover degenen die de weerstand niet bieden. Maar wie meer betaalt voor biologisch voedsel financiert mede een systeem dat biologisch produceren als premiumsegment positioneert in plaats van als norm. De keuze voor duur gezond eten is individueel rationeel — maar systemisch draagt het bij aan de tweedeling die het bekritiseert. Goed bedoeld slachtofferschap van het systeem legitimeert geen extractie van status en gezondheidskapitaal ten koste van degenen die geen toegang hebben.
Principe 8: Afhankelijkheid maakt overbodig
De gezondheidsindustrie heeft een afhankelijkheid gecreëerd die steeds dieper gaat. Eerst: je hebt een sportschool nodig. Dan: je hebt een personal trainer nodig. Dan: je hebt een voedingscoach nodig. Dan: je hebt een slaaptracker nodig. Dan: je hebt een stresscoach nodig. Dan: je hebt een longevity-arts nodig. Elk probleem dat de industrie oplost produceert een nieuw probleem dat een nieuwe oplossing vraagt. De gezonde mens wordt afhankelijk van een steeds uitdijende industrie om gezond te blijven — terwijl de voorwaarden voor gezondheid die geen geld kosten, beweging in het dagelijks leven, sociaal contact, zinvol werk, voldoende slaap, stelselmatig worden uitgehold door dezelfde economie die de compensatieproducten verkoopt. De industrie verkoopt de oplossing voor het probleem dat ze mede veroorzaakt.
Principe 9: Taal is een machtsinstrument
Gezondheid als taal is klassediscours geworden. Clean eating. Mindful consumption. Optimizing. Biohacking. Plant-based. Functional fitness. Deze termen zijn niet neutraal — ze markeren een sociale positie. Ze signaleren dat je de kennis, tijd en middelen hebt om op dit niveau bezig te zijn met je lichaam. De taal sluit uit zonder dat te zeggen. Wie niet meedoet in dit vocabulaire behoort niet tot de groep. Wie vlees eet en niet sport wordt niet expliciet veroordeeld — maar impliciet buiten de norm geplaatst. Tegelijk: wie de industrie bekritiseert als klasseverschijnsel wordt weggezet als iemand die ongezond gedrag verdedigt of die mensen hun eigen verantwoordelijkheid wil ontnemen. De taal beschermt het systeem door de kritiek te herframen als aanval op gezondheid in plaats van als aanval op ongelijkheid.
Principe 10: Succes ondermijnt de voorwaarden voor succes
Dit is het meest tragische principe in deze casus. De westerse welvaartsmaatschappij heeft de lichamelijke arbeid geëlimineerd die mensen van nature gezond hield. Lopen, tillen, buiten werken, bewegen als onderdeel van het dagelijks leven — dat is verdwenen uit de levens van degenen die het zich kunnen veroorloven om stil te zitten. Nu verkoopt diezelfde maatschappij beweging terug als product. De sportschool compenseert het bureau. De stappenteller compenseert de auto. De salade compenseert het kantine-eten. Het succes — comfort, automatisering, zittend werk — heeft de voorwaarden voor gezondheid ondermijnd. De industrie die dat succes produceerde verkoopt nu de remedie. Tegen betaling. En de remedie is alleen toegankelijk voor degenen die het succes het meest hebben genoten — waardoor de gezondheidskloof tussen arm en rijk niet ondanks de gezondheidsindustrie groeit maar mede dankzij haar.
De extractieketen samengevat
| Schakel | Actor | Wat ze nemen | Wat ze achterlaten |
|---|---|---|---|
| Kennis | Voedingswetenschap, influencers | Aandacht, autoriteit, bereik | Verwarring, tegenstrijdige adviezen |
| Product | Supplementen, superfoods, apps | Marge op gezondheidsangst | Afhankelijkheid, medicalisering van normaal gedrag |
| Ruimte | Sportscholen, wellnesscentra | Abonnementsgeld | Concentratie in rijke wijken |
| Norm | Media, gezondheidscampagnes | Moreel kapitaal | Stigma op arme eetpatronen |
| Subsidie | Fiscaal voordeel gezonde keuzes | Politiek kapitaal | Voordeel naar wie al gezond leeft |
| Zorg | Verzekeraars, overheid | Premies, belastinggeld | Rekening bij degenen met minste toegang |
Vergelijking drie casussen
| Dimensie | Profvoetbal | Energietransitie | Gezondheid |
|---|---|---|---|
| Extractierichting | Zuid naar Noord | Zuid naar Noord | Arm naar rijk binnen samenleving |
| Verhaal | Passie en sport | Klimaat en toekomst | Persoonlijke verantwoordelijkheid |
| Verfbom | Je begrijpt de magie niet | Je bent klimaatontkenner | Je ontneemt mensen eigen verantwoordelijkheid |
| Zelfondermijning | Authenticiteit uitgehold | Industriële basis uitgehold | Natuurlijke beweging uitgehold |
| Slachtoffer | Kind in academie | Kind in kobaltmijn | Kassamedewerker zonder sportschool |
| Dominante principes | P1, P3, P5, P6, P7, P10 | P3, P4, P6, P8, P9, P10 | P2, P3, P4, P5, P9, P10 |
Wat deze casus toevoegt aan het model
De eerste twee casussen hadden een geografische extractierichting: van arm land naar rijk land. Deze casus heeft een sociale extractierichting: van arme klasse naar rijke klasse binnen dezelfde samenleving. Want hier is het verhaal niet over een ver land of een abstract klimaatprobleem. Het verhaal gaat over jou. Over jouw keuzes. Over jouw lichaam. Over jouw verantwoordelijkheid.
Wanneer een industrie het probleem verkoopt dat ze zelf heeft helpen veroorzaken — en de oplossing alleen toegankelijk maakt voor degenen die het minst het probleem hebben veroorzaakt — is persoonlijke verantwoordelijkheid niet de oplossing maar de ideologie die de structuur in stand houdt.