747 Bleekscheten verjagen Indianen (5): het achterliggende model

Nu zijn we in deze reis over Indianen en bleekscheten zo ver dat we naar een achterliggend model kunnen gaan zoeken. Ik heb eerder als metafoor gebruikt het economische model. Daarin heb je centrale aannames en veronderstellingen, exogenen, gedragsvergelijkingen en die vormen tesamen een wiskundig model. Vervolgens laat je de computer de berekeningen maken en krijg je conclusies. Het mooie is, vind ik, dat je altijd terug kunt van de conclusies naar de vooronderstellingen. Dus ben je het met een conclusie niet eens, dan hoef je geen welles nietes te aan doen over je standpunt, maar kan ik vragen: welke vooronderstelling is het waar je moeite mee hebt en dan kan ik die veranderen en is helder waar ons verschil zit. Dit heeft in mijn ogen dan weer alles te maken met MGA (zie elders) waar je niet over je standpunten moet praten (zoals op tv bij de talkshows) maar over je hoger liggende aannames over de wereld. De vraag die ik mezelf inmiddels begin te stellen of ik zover ben dat ik mijn eigen model (en dus vooronderstellingen) helder kan krijgen, transparant kan maken?

Over model en dat herleiden uit een tekst zie bijvoorbeeld de eerdere blogs over Bas Haring.


We moeten naar een hoger abstractieniveau. We willen starten met de uitgangspunten en principes van onze redenering. Dan de extra aannames die we invoegen en moogelijk kunnen variëren. Dan de logische conclusies uit het model als het ware.


Dan moeten we het niet beginnen bij kolonialisme, migratie, indianen of vrije markt, maar bij een algemeen redeneermodel. De casussen worden daarna toepassingen van dat model.

1. Het abstracte vertrekpunt

De kern is niet: Europeanen waren slecht. Migranten zijn zielig. Vrije markt is fout.
Eigen volk eerst is racistisch. De kern is abstracter: Mensen, groepen en instituties reageren op belangen, angst, macht, schaarste en mogelijkheden. Hun morele verhaal komt meestal achteraf. Dat is het fundament. Eerst is er positie. Dan belang. Dan macht. Dan rechtvaardiging. Of nog korter: Moraal volgt vaak de machtspositie.

Niet altijd. Mensen kunnen oprecht zijn, offers brengen, solidair handelen. Maar als systeemregel is het verstandiger om niet te beginnen bij wat mensen over zichzelf zeggen, maar bij wat hun positie mogelijk maakt en beloont.

2. De eerste uitgangspunten

Je zou het model kunnen beginnen met vijf basisprincipes.

Principe 1: symmetrie

We beoordelen mensen en groepen niet vanuit hun huidige rol, maar vragen steeds: Wat zouden wij doen als wij in hun positie zaten? Dus:

Wat als wij arm waren?
Wat als wij moesten vluchten?
Wat als wij oorspronkelijke bewoners waren?
Wat als wij de schepen, wapens en het kapitaal hadden?
Wat als wij aan de ontvangende kant zaten?
Wat als wij afhankelijk waren van kinderarbeid, goedkope arbeid of goedkope grondstoffen?

Symmetrie betekent niet dat alles moreel gelijk is. Het betekent dat je dezelfde maatstaf gebruikt wanneer de rollen wisselen.

Principe 2: positie vóór moraal

Mensen praten graag in morele termen, maar hun positie bepaalt vaak wat zij redelijk vinden.

Wie rijk is, prijst eigen verantwoordelijkheid.
Wie arm is, vraagt om solidariteit.
Wie vlucht, spreekt over menselijkheid.
Wie ontvangt, spreekt over draagkracht.
Wie macht heeft, spreekt over vrijheid.
Wie onderaan zit, ervaart diezelfde vrijheid soms als dwang.

Niet omdat mensen hypocriet móéten zijn, maar omdat hun werkelijkheid anders is.

Principe 3: macht zoekt verhulling

Macht verschijnt zelden als macht. Zij zoekt taal die haar acceptabel maakt.

Verovering heet beschaving.
Kolonisatie heet ontwikkeling.
Eigenbelang heet hulp.
Goedkope arbeid heet marktwerking.
Afhankelijkheid heet keuzevrijheid.
Uitbuiting heet concurrentiekracht.
Controle heet veiligheid.
Marketing heet informatie.

Dit is een kernprincipe in jouw blogs: de façade is geen bijzaak, maar onderdeel van het systeem.

Principe 4: vrijheid is afhankelijk van alternatieven

Een keuze is pas werkelijk vrij als het alternatief redelijk is.

Een kind dat werkt omdat het gezin anders verhongert, “kiest” niet op dezelfde manier als een consultant die tussen twee opdrachten kiest. Een migrant die vertrekt omdat thuis oorlog of uitzichtloosheid heerst, kiest anders dan een toerist. Een pakketbezorger met schulden kiest anders dan een belegger.

Dus: Vrije keuze zonder redelijk alternatief is vaak dwang in nette kleren.

Principe 5: systemen maken gedrag normaal

Het gaat niet alleen om slechte mensen. Systemen kunnen gedrag uitlokken dat mensen vervolgens normaal, efficiënt of noodzakelijk noemen.

De ondernemer wil lage kosten.
De consument wil lage prijzen.
De belegger wil rendement.
De staat wil invloed.
De kiezer wil bescherming.
De migrant wil veiligheid.
De ontvangende samenleving wil rust.
De grootmacht wil controle.

Iedereen kan zichzelf redelijk vinden, terwijl het totaal toch onderdrukkend, uitputtend of onrechtvaardig wordt.

3. De extra aannames die je kunt variëren

Na de uitgangspunten kun je aannames invoegen. Die aannames bepalen welke conclusies sterker of zwakker worden.

Aanname A: mensen zijn geen engelen

Niet: mensen zijn slecht.
Wel: mensen zijn beperkt, belanghebbend, angstig, statusgevoelig en gevoelig voor gemak.

Als deze aanname sterk is, kom je uit bij een realistischer, harder model: vrijwel iedere groep kan dader worden als zij macht krijgt. Als deze aanname zwakker is, blijft er meer ruimte voor idealisme, opvoeding, moraal en instituties.

Aanname B: macht vergroot morele blindheid

Hoe meer macht een groep heeft, hoe makkelijker zij haar eigen belang als algemeen belang ziet.

De grootmacht noemt haar strategie vrede.
De rijke noemt zijn voordeel verdienste.
De hoogopgeleide noemt zijn smaak beschaving.
De marktwinnaar noemt zijn positie efficiëntie.
De kolonist noemt zijn expansie vooruitgang.

Hieruit volgt: je moet vooral wantrouwig zijn tegenover de moraal van winnaars.

Aanname C: slachtoffers zijn niet automatisch betere machthebbers

Dit is een belangrijke en ongemakkelijke aanname. Wie onderdrukt is, heeft recht op erkenning van dat leed. Maar dat betekent niet dat hij, eenmaal machtig, vanzelf rechtvaardiger handelt. Slachtofferschap is geen morele vaccinatie. Dus voormalige slaven, gekoloniseerden, armen of uitgeslotenen zouden bij andere middelen en kansen óók kunnen domineren, uitsluiten of exploiteren. Dat voorkomt dat je analyse moralistisch wordt.

Aanname D: afstand vermindert schuldgevoel

Hoe verder de schade weg is, hoe makkelijker zij verdwijnt uit het morele bewustzijn.

Kinderarbeid ver weg.
Grondstoffenwinning ver weg.
CO₂-effecten later.
Arbeidsuitbuiting via onderaannemers.
Pensioenrendement via fondsen.
Goedkope spullen via ketens.

Hierdoor kan de moderne mens profiteren zonder zichzelf dader te voelen.

Aanname E: taal is een machtsinstrument

Woorden zijn niet neutraal. Wie de woorden bezit, bezit een deel van de werkelijkheid.

“Eigen volk.”
“Vrije markt.”
“Ontwikkelingshulp.”
“Illegaal.”
“Kansarm.”
“Concurrentiekracht.”
“Eigen verantwoordelijkheid.”
“Draagvlak.”
“Beschaving.”
“Keuze.”

Het model moet dus altijd vragen: wie heeft dit woord gekozen, en welk belang wordt ermee beschermd?

4. Het model in stappen

Je kunt de redenering dan bijna als een analyse-instrument formuleren.

Stap 1: bepaal de positie

Wie is sterk?
Wie is zwak?
Wie is afhankelijk?
Wie heeft alternatieven?
Wie bepaalt de regels?
Wie mag het verhaal vertellen?

Stap 2: bepaal het belang

Wie wint hierbij?
Wie verdient eraan?
Wie krijgt veiligheid, status, grond, arbeid, invloed of rendement?
Wie draagt de kosten?

Stap 3: bepaal de middelen

Gaat het om wapens, wetten, geld, contracten, taal, technologie, algoritmes, grenzen, schulden, diploma’s, bezit, media of marketing?

Stap 4: bepaal de rechtvaardiging

Hoe wordt het verkocht?

Als hulp?
Als vrijheid?
Als beschaving?
Als markt?
Als veiligheid?
Als duurzaamheid?
Als eigen verantwoordelijkheid?
Als keuze?

Stap 5: draai de rollen om

Wat als wij aan de andere kant stonden?
Wat als de migrant Europeaan was?
Wat als de indiaan “eigen volk eerst” had gezegd?
Wat als de arme landen de financiële macht hadden?
Wat als dieren onze intelligentie hadden?
Wat als voormalige slachtoffers nu de schepen hadden?

Stap 6: trek pas daarna de conclusie

Dus niet meteen moreel oordelen, maar eerst de machtsstructuur blootleggen.

5. De logische conclusies uit het model

Als je deze uitgangspunten en aannames accepteert, volgen een paar harde conclusies.

Conclusie 1: morele superioriteit is meestal verdacht

Groepen die zichzelf moreel superieur verklaren, zitten vaak in een positie waarin hun belang samenvalt met hun moraal.

De kolonisator brengt beschaving.
De marktwinnaar brengt efficiëntie.
De rijke verdedigt vrijheid.
De hoogopgeleide verdedigt openheid.
De grootmacht verdedigt democratie.
De consument verdedigt keuze.

Dat betekent niet dat die woorden altijd leeg zijn. Maar ze moeten worden onderzocht.

Conclusie 2: angst voor de ander is niet altijd irrationeel

De ander kan gevaarlijk zijn, vooral wanneer hij komt met macht, technologie, organisatie, ideologie of economische druk. De fout zit niet in het herkennen van gevaar. De fout zit in het versimpelen van gevaar tot afkomst. Dus: Niet de vreemdeling als mens is het probleem, maar de vreemdeling als drager van macht, systeem en verdringing.

Conclusie 3: empathie moet wederkerig zijn

Echte empathie kijkt twee kanten op. Empathie met de vluchteling: wat zou ik doen als mijn land instortte? Empathie met de ontvangende samenleving: wat zou ik voelen als mijn wijk, school, woningmarkt en voorzieningen onder druk kwamen? Empathie is dus geen automatische open-grenzen-moraal. Het is een methode om beide posities serieus te nemen.

Conclusie 4: de moderne dwang is subtieler dan de oude

Vroeger zag dwang eruit als ketens, soldaten, plantages en landroof. Nu ziet dwang eruit als contract, schuld, markt, app, algoritme, keurmerk, handelsverdrag of “vrije keuze”. Daarom is moderne onderdrukking moeilijker zichtbaar te maken. Zij is juridisch netter en moreel beter verpakt.

Conclusie 5: de vrije markt is geen neutraal speelveld

Als uitgangsposities ongelijk zijn, maakt de markt die ongelijkheid vaak productief voor de sterkste partij. De één kiest tussen honger en kinderarbeid. De ander kiest tussen winstpercentages en leveranciers. Formeel doen beiden mee aan de markt. Materieel spelen ze niet hetzelfde spel. De markt noemt iedereen vrij, maar vergeet te vragen wie zich vrijheid kan permitteren.

Conclusie 6: universele principes zijn nodig juist omdat mensen niet universeel handelen

Mensen handelen meestal vanuit hun groep, angst, belang en positie. Juist daarom heb je abstracte principes nodig. Niet omdat mensen vanzelf goed zijn, maar omdat ze dat niet zijn. Die principes kunnen zijn:

symmetrie;
wederkerigheid;
gelijke maatstaven;
redelijke alternatieven;
begrenzing van macht;
zichtbaar maken van kosten;
wantrouwen tegenover verhullende taal;
bescherming van wie weinig keuze heeft.

6. De matrix zelf

Je kunt het model uiteindelijk in een eenvoudige matrix zetten:

VraagToepassing
Wie is hier de ander?migrant, kolonist, arbeider, consument, kind, vluchteling, oorspronkelijke bewoner
Wie heeft macht?staat, markt, leger, bedrijf, consument, investeerder, meerderheid
Welke middelen worden gebruikt?geweld, geld, wet, schuld, contract, marketing, technologie
Wat is de façade?hulp, vrijheid, beschaving, keuze, veiligheid, ontwikkeling
Wie heeft weinig alternatieven?arme landen, kinderen, migranten, arbeiders, oorspronkelijke bewoners
Wat gebeurt er bij rolomkering?wij zouden ook vluchten, domineren, sluiten, kopen, verhullen
Welke conclusie volgt?geen morele superioriteit, wel universele maatstaven

7. De kernformule

Misschien is dit de formule van het hele model: Wanneer belang, macht en verhaal samenvallen, ontstaat onderdrukking die zichzelf niet als onderdrukking herkent. Of iets eenvoudiger: Mensen doen wat hun positie mogelijk maakt, en noemen het daarna redelijk. Dat is volgens mij het abstractieniveau waar je naartoe wilt. Vanuit daar kun je alle casussen behandelen: indianen, kolonialisme, migratie, ontwikkelingshulp, vrije markt, kinderarbeid, klimaat, woningmarkt, pensioen, meritocratie, bureaucratie en zelfs relaties.

De blog begint dan niet met een mening, maar met een denkmachine.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*